Zoeken

Splitsing vastrecht warmtenetten vraagt om gezamenlijke afweging in de wijk

Splitsing vastrecht warmtenetten vraagt om gezamenlijke afweging in de wijk

Het kabinet onderzoekt een voorstel om het vastrecht van warmtenetten vanaf 1 januari 2028 te verdelen tussen huurders en verhuurders. Voor huurders kan dit een lagere energierekening betekenen. Woningcorporaties waarschuwen tegelijkertijd dat de maatregel hun investeringsruimte kan verkleinen. Daarmee raakt het voorstel niet alleen de verdeling van kosten, maar ook de uitvoering van de warmtetransitie in wijken.

Wat verandert er mogelijk?

In het voorstel betalen huurders alleen het deel van het vastrecht dat vergelijkbaar is met de kosten van een aardgasaansluiting. Het overige deel komt voor rekening van de verhuurder.

Het gaat daarbij onder meer om kosten die worden vergeleken met het onderhoud en de afschrijving van een cv-ketel. Huurders dragen via de huur vaak al bij aan hun verwarmingsinstallatie. Door het vastrecht te splitsen, moeten zij deze kosten niet langer ook via het warmtetarief betalen.

Voor woningcorporaties betekent de wijziging echter een nieuwe structurele kostenpost. De regeling zou bovendien gelden voor zowel bestaande als nieuwe warmtenetaansluitingen.

Gevolgen voor de wijkgerichte warmtetransitie

Branchevereniging Aedes waarschuwt dat de extra kosten ten koste kunnen gaan van budgetten voor verduurzaming, onderhoud en nieuwbouw. Ook kunnen nieuwe aansluitingen op een warmtenet financieel minder aantrekkelijk worden.

Dat is relevant voor gemeenten, corporaties en warmtebedrijven die samen werken aan aardgasvrije wijken. De haalbaarheid van een warmtenet wordt namelijk niet alleen bepaald door techniek. Ook betaalbaarheid, investeringsruimte, draagvlak en een duidelijke verdeling van kosten en verantwoordelijkheden zijn bepalend.

Wanneer de financiële uitgangspunten tijdens een gebiedsproces veranderen, kan dit gevolgen hebben voor:

  • de businesscase van het warmtenet;
  • de investeringsruimte van woningcorporaties;
  • afspraken tussen gemeenten, corporaties en warmtebedrijven;
  • de betaalbaarheid voor bewoners;
  • het tempo waarin woningen kunnen worden aangesloten;
  • het vertrouwen van bewoners in de gekozen warmteoplossing.

Lagere rekening betekent niet automatisch lagere totale kosten

Het doel van het voorstel is dat huurders met een warmtenetaansluiting niet meer betalen dan huurders met een aardgasaansluiting. Een lagere energierekening is daarbij belangrijk, maar de volledige kostenverdeling moet worden meegewogen.

Wanneer corporaties structureel meer moeten betalen, kan dat indirect gevolgen hebben voor andere investeringen in de woningvoorraad en de leefomgeving. Aedes stelt daarom dat eerst duidelijk moet worden wat de maatregel betekent voor lopende projecten, nieuwe aansluitingen en de afspraken uit de Nationale Prestatieafspraken 2025–2035.

Het gesprek moet lokaal worden gevoerd

De discussie laat zien hoe belangrijk het is om financiële, technische en maatschappelijke keuzes in samenhang te bekijken. Gemeenten, corporaties en warmtebedrijven moeten niet alleen afspraken maken over de infrastructuur, maar ook over betaalbaarheid, risico’s, eigenaarschap en communicatie met bewoners.

Bewoners willen weten wat een warmtenet concreet betekent voor hun maandlasten, hun woning en hun keuzevrijheid. Daarbij is het belangrijk dat veranderingen in wet- en regelgeving tijdig en begrijpelijk worden uitgelegd. Onduidelijkheid over tarieven of kostenverdeling kan het draagvlak voor een wijkgerichte aanpak onder druk zetten.

De rol van WijkvanNu

WijkvanNu ondersteunt gemeenten, woningcorporaties en andere betrokken partijen bij het vertalen van de warmtetransitie naar een uitvoerbare aanpak in de wijk. Daarbij kijken we niet alleen naar de warmteoplossing zelf, maar ook naar de samenwerking tussen organisaties en de positie van bewoners.

We helpen partijen onder meer bij:

  • het inzichtelijk maken van belangen, rollen en verantwoordelijkheden;
  • het verbinden van technische en financiële keuzes aan de praktijk in de wijk;
  • het organiseren van samenwerking tussen gemeente, corporatie en andere partners;
  • het betrekken en informeren van bewoners;
  • het signaleren van gevolgen voor betaalbaarheid, draagvlak en uitvoering;
  • het vertalen van landelijke ontwikkelingen naar lokale projecten.

De mogelijke splitsing van het vastrecht onderstreept dat een warmteaanpak voortdurend moet kunnen meebewegen met veranderende regelgeving en financiële voorwaarden. Juist daarom is een gezamenlijke strategie nodig, waarin partijen vooraf bespreken hoe risico’s worden verdeeld en hoe de belangen van bewoners worden beschermd. We kunnen hierbij helpen. Neem nu contact met ons op.

Eerst duidelijkheid, dan uitvoering

De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028. Aedes pleit ervoor dat het ministerie van Klimaat en Groene Groei, warmtebedrijven en woningcorporaties eerst gezamenlijk de gevolgen onderzoeken.

Voor lokale warmteprojecten is het verstandig om deze ontwikkeling nu al mee te nemen in scenario’s en besluitvorming. Zo kunnen gemeenten en corporaties voorkomen dat veranderende kostenstructuren later leiden tot vertraging, onzekerheid of nieuwe discussies met bewoners.

Een succesvolle warmtetransitie vraagt immers om meer dan een technisch werkend warmtenet. De oplossing moet ook betaalbaar, uitlegbaar en uitvoerbaar zijn voor alle partijen in de wijk.

De
contactpersoon
van dit project

Coco de Theije

Coco de Theije

Adviseur participatie

Deel dit nieuwsbericht:

Ander
nieuws