
Vijf lessen uit Denemarken voor warmtenetten in Nederlandse wijken
Ongeveer zeventig procent van de Deense huishoudens is aangesloten op een warmtenet. De opkomst van warmtenetten begon al in de jaren ‘70 als reactie op de oliecrisis. Die lange praktijkervaring maakt Denemarken een relevant referentieland voor Nederland. Juist die ervaring biedt inzicht in wat bijdraagt aan betaalbaarheid, schaalbaarheid en maatschappelijk draagvlak. Door Nederlandse projecten te spiegelen aan de Deense praktijk wordt zichtbaar waar kosten en complexiteit ontstaan, en welke uitgangspunten leiden tot een stabieler en beter uitlegbaar proces richting wijken.
Tegelijkertijd verloopt de aanleg van warmtenetten in Nederland nog niet altijd volgens plan. Projecten zijn vaak complex, kosten lopen op en het draagvlak in wijken staat regelmatig onder druk. Deze knelpunten komen scherp naar voren in de Vergelijkende analyse van warmtenetpraktijken: lessen uit Denemarken voor Nederland, uitgevoerd binnen het programma Nieuwe Warmte Nu door Stichting Warmtenetwerk en TNO.
In dit onderzoek zijn Nederlandse warmtenetprojecten systematisch gespiegeld aan de Deense praktijk. De conclusies laten zien dat de belangrijkste verschillen niet alleen technisch van aard zijn, maar vooral samenhangen met aanpak, organisatie en onderliggende uitgangspunten. Op basis van dit onderzoek hebben wij vijf lessen geselecteerd die in het bijzonder relevant zijn voor wijkgerichte warmtetransitie, waar beleid, techniek en participatie samenkomen.
1. Ontwerp warmtenetten als onderdeel van een groter energiesysteem
In Denemarken worden warmtenetten structureel gezien als onderdeel van het totale energiesysteem. Warmte, elektriciteit en opslag zijn vanaf het begin met elkaar verbonden. Warmtenetten leveren niet alleen warmte, maar dragen ook bij aan flexibiliteit in het energiesysteem, bijvoorbeeld door warmteopslag en koppeling met duurzame elektriciteitsproductie.
In Nederland worden warmtenetten vaak nog als afzonderlijke projecten ontwikkeld, los van elektriciteit en netcongestie. Daardoor blijven kansen voor systeemintegratie en kostenreductie onbenut.
Voor wijken betekent dit:
Het helpt als vanaf de start duidelijk is dat wijkkeuzes onderdeel zijn van een bredere gemeentelijke of regionale strategie. Dat maakt keuzes beter uitlegbaar en voorkomt dat verwachtingen te lokaal of te kortetermijngericht worden.
2. Investeer tijd en aandacht in de planfase
Een belangrijk inzicht uit het onderzoek is dat in Denemarken relatief veel tijd wordt genomen voor de planfase, terwijl deze fase maar een beperkt deel van de totale kosten beslaat. In deze fase worden meerdere scenario’s uitgewerkt voor bronnen, temperatuurregimes, uitbreidingsmogelijkheden en financiering. Juist hier worden keuzes gemaakt die later grote invloed hebben op kosten en haalbaarheid.
In Nederland wordt vaak sneller gekozen voor één voorkeursvariant, die vervolgens verder wordt uitgewerkt. Dat kan later leiden tot bijsturing, vertraging en extra kosten.
Voor wijkprocessen:
Een zorgvuldige startfase vergroot de voorspelbaarheid van het traject en voorkomt dat bewoners later worden geconfronteerd met veranderende uitgangspunten.

Overzicht planfasen in Denemarken (Bron: COWI,
3. Werk met een groeipad in plaats van een perfect eindbeeld
Het onderzoek laat zien dat Deense warmtenetten historisch zijn opgezet vanuit betaalbaarheid en brede uitrol, en pas later stapsgewijs zijn verduurzaamd. De nadruk ligt op een duidelijk groeipad: starten met een haalbare oplossing die verdere verduurzaming mogelijk maakt, zonder die nu al volledig te hoeven realiseren.
In Nederland ligt de focus vaak op maximale duurzaamheid vanaf de start, mede door wetgeving en subsidies. Dat kan de businesscase complex maken en het tempo vertragen.
Voor wijken:
Een groeipad maakt het mogelijk om met bewoners te spreken over wat er nu gebeurt en wat later volgt. Dat geeft duidelijkheid, verlaagt drempels en voorkomt dat projecten vastlopen door te hoge instapeisen.
4. Maak eenvoud en standaardisatie leidend
Een van de meest tastbare verschillen tussen Nederland en Denemarken zit in de uitvoering. In Denemarken is sterk ingezet op standaardisatie van netontwerp, leidingen en woningaansluitingen. Dit verlaagt kosten, versnelt de aanleg en vermindert faalkosten. Woningaansluitingen zijn daar vaak eenvoudiger en minder ingrijpend dan in Nederland.
In Nederland zorgen variatie in gemeentelijke eisen, diepere aanleg en maatwerkoplossingen voor hogere kosten en langere doorlooptijden.
Voor bewoners en wijken:
Eenvoudige en voorspelbare ingrepen zijn beter uitlegbaar en roepen minder weerstand op. Standaardisatie is daarmee niet alleen een technische, maar ook een sociale randvoorwaarde.
5. Bouw vertrouwen via publieke regie en transparantie
Het onderzoek benadrukt dat het brede draagvlak voor warmtenetten in Denemarken samenhangt met de manier waarop warmte is georganiseerd als publieke voorziening. Warmtebedrijven werken daar op non-profitbasis, gemeenten hebben een duidelijke regierol en tarieven zijn transparant en kostengebaseerd.
In Nederland is het vertrouwen in warmtenetten minder vanzelfsprekend en sterk afhankelijk van lokale omstandigheden. Dat vraagt om expliciete aandacht voor eigendom, zeggenschap en communicatie.
Voor wijkgerichte warmtetransitie:
Vertrouwen ontstaat niet pas bij besluitvorming, maar gedurende het hele proces. Transparantie over kosten, rollen en keuzes is essentieel om bewoners langdurig betrokken te houden.
Wat betekent dit voor uw gemeente?
De vergelijking met Denemarken laat zien dat de grootste verbeterkansen voor Nederlandse wijken niet zitten in één technische oplossing, maar in andere uitgangspunten: meer samenhang, meer aandacht aan de voorkant, eenvoud in uitvoering en duidelijke publieke regie. WijkvanNu gebruikt deze inzichten om gemeenten en partners te ondersteunen bij het maken van realistische, uitlegbare en betaalbare keuzes in wijkgerichte warmtetransitie.
Benieuwd hoe we dit doen? Neem nu contact met ons op.





